Speelniveaus

(voor ensembles zie onder)

Speelniveau 1
Afsluiting speelniveau 1a, 1b of na 2 jaar het A.M.V. diploma.
Door middel van het examen A.M.V. en voorspelen op een concert.

31102010 - foudgum muziekmiddag voor kinderen bij flauto nuovo Foto Alex Bouma

Speelniveau 2
Wie na de cursus A.M.V. doorgaat met blokfluitspelen begint ook met de altblokfluit. Uiteraard blijft de sopraanblokfluit een belangrijke rol spelen.
Naast de traditionele notatie maakt de leerling kennis met grafische notatie.

IMG_1270

Speelniveau 3
Tijdens de lessen voor speelniveau 3 doet de tenorblokfluit zijn intrede en opent daarmee de nieuwe wereld van het ensemblespel. Bespelen van sopraan-, alt- en tenorblokfluit.

Lisa en Renske

Speelniveau 4
De basblokfluit maakt het blokfluitkwartet compleet. Voor het bespelen van dit instrument leert de leerling noten lezen in de F- of bassleutel.
Vanaf speelniveau 4 speelt de leerling op een goede houten altblokfluit.
Houten blokfluiten zijn (helaas) flink duurder dan kunststof blokfluiten maar de klank is mooier, de articulatie komt beter uit en daarbij is een goede houten blokfluit veel zuiverder.

Flauto Nuovo Ensemble: Janke, Siebrich, Eke, Rianne, Esther en Dinie

Flauto Nuovo Ensemble: Janke, Siebrich, Eke, Rianne, Esther en Dinie

Speelniveau 5
Tijdens de lessen voor speelniveau 5 wordt de kennis van de muziektheorie verder uitgebreid.

Noten lezen in de G- en F-sleutel, kennis van vormleer en het spelen van toonladders begint belangrijker te worden.

Speelniveau 6
Speelniveau 6 vormt een verdieping van speelniveau 5. Etudes worden
moeilijker, de techniek wordt belangrijker en de leerling ontwikkelt een
elementaire stijlkennis. Er zijn belangrijke verschillen tussen Duitse, Franse en Italiaanse barokmuziek. Waar zitten die eigenheden van de stijlen?
Wat zijn de typische kenmerken van Franse barokmuziek?
Bespelen van: sopranino-, sopraan-, alt-, tenor- en basblokfluit.

Speelniveau 7
De stijlkennis wordt meer en meer uitgewerkt. Eenvoudige articulaties en vaste versieringen van de verschillende werken dienen begrepen en uitgevoerd te kunnen worden. Het inleveren van een analyse van een baroksonate is onderdeel van de afsluiting van dit speelniveau. Er wordt kennis gemaakt met Vroeg-Italiaanse barokmuziek en met serieuze hedendaagse muziek. De leerling wordt gestimuleerd mee te spelen in ensembles.
Bespelen van: sopranino-, sopraan-, alt-, tenor- en basblokfluit.

Speelniveau 8
De kleinste blokfluit dient zich aan. Het Gar-klein-Flötlein is een blokfluit van zo’n 10 cm lang en is een C-instrument.
Bespelen van: Gar-Klein-Flötlein, sopranino-, sopraan-, alt-, tenor- en basblokfluit.

Speelniveau 9
Vanaf speelniveau 9 kunnen leerlingen de Flauto Nuovo Topopleiding gaan volgen.
(Zie Topopleiding).
Voor meer informatie en brochure: stuur een e-mail.

Esther

Speelniveau 10
In speelniveau 10 wordt ervaring opgedaan met de contrabasblokfluit van 2 meter lang, de op één na grootste blokfluit of de Peatzolt contrabas.
Leerlingen van Flauto Nuovo hebben de mogelijkheid om op verschillende blokfluiten ervaring op te doen. Fllauto Nuovo heeft de beschikking over 2 contrabassen, 2 C-bassen, een Voice flute, een altblokfluit a=415 en een compleet Renaissance consort van de Italiaanse bouwer Li Virghi.

Speelniveau 11
Studie: vraag uitgebreide brochure aan via e-mail met vermelding speelniveaus Flauto Nuovo.

Diplomas

Speelniveau 12
Dit is het hoogste speelniveau dat te behalen is. Uiteraard betekent dit niet dat er geen verdere muzikale ontwikkeling mogelijk is.
Zie voor de eisen Topopleiding Flauto Nuovo of vraag de brochure aan via e-mail.

 

Speelniveaus voor ensembles
De leerling volgt uitsluitend ensembleles.

Speelniveau 1
2 stemmige eenvoudige duetten

Speelniveau 2
2 en 3 stemmige muziek op sopraan en altblokfluit

Speelniveau 3
2 en 3 stemmige muziek op sopraan-, alt-, tenorblokfluit

Speelniveau 4
2 en 3 stemmige muziek op sopraan-, alt-, tenor- en basblokfluit

Speelniveau 5
2, 3 en 4 stemmige muziek op sopraan-, alt-, tenor- en basblokfluit

Speelniveau 6
Tijdens de lessen voor speelniveau 6 voor ensembles wordt de kennis van de muziektheorie verder uitgebreid. Noten lezen in de G- en F-sleutel, kennis van vormleer en het spelen van toonladders begint belangrijker te worden.
Speelniveau 6 vormt een verdieping van speelniveau 5.
De techniek wordt belangrijker en de leerling ontwikkelt een elementaire stijlkennis. Er zijn belangrijke verschillen tussen Duitse, Franse en Italiaanse barokmuziek. Waar zitten die eigenheden van de stijlen?
Wat zijn de typische kenmerken van Franse barokmuziek?
Indien fysiek mogelijk; bespelen van: sopranino-, sopraan-, alt-, tenor- en basblokfluit.

Speelniveau 7
De stijlkennis wordt meer en meer uitgewerkt. Het ensemble speelt 3 of 4 stemmige Renaissancemuziek.

Speelniveau 8
Spelen van eenvoudige triosonates uit de Barok. Herkennen van toonsoorten; C gr, a kl, F gr, d kl. en G gr en e kl.

Speelniveau 9
Het ensemble speelt eenvoudige fuga’s.
Grafische notatie in hedendaagse muziek.
Iedere speler speelt zelfstandig zijn/haar partij.
Eenvoudige articulaties en vaste versieringen van de verschillende werken dienen begrepen en uitgevoerd te kunnen worden.
Vanaf speelniveau 9 kunnen leerlingen de Flauto Nuovo Topopleiding gaan volgen.
(Zie Topopleiding).
Voor meer informatie en brochure: stuur een e-mail.

Speelniveau 10
In speelniveau 10 wordt ervaring opgedaan met de contrabasblokfluit van 2 meter lang, de op één na grootste blokfluit of de Peatzolt contrabas.
Leerlingen van Flauto Nuovo hebben de mogelijkheid om op verschillende blokfluiten ervaring op te doen. Flauto Nuovo heeft de beschikking over 2 contrabassen, 2 C-bassen, een Voice flute, een altblokfluit a=415 en een compleet Renaissance consort van de Italiaanse bouwer Li Virghi.

Speelniveau 11
Studie: Alle voor blokfluit geschikte muziekstijlen.

Speelniveau 12
Dit is het hoogste speelniveau dat te behalen is. Uiteraard betekent dit niet dat er geen verdere muzikale ontwikkeling mogelijk is.

Zie voor de eisen Topopleiding Flauto Nuovo of vraag de brochure aan via e-mail.